dinsdag, 2. juni 2026 - 16:32 Update: 02-06-2026 16:34

OM eist vier jaar gevangenisstraf waarvan één jaar voorwaardelijk tegen verdachte veroorzaken explosie appartementencomplex Heerhugowaard

rechtbank-microfoon-rechter
Foto: Archief EHF/ foto ter illustratie
Alkmaar

De officier van justitie heeft op dinsdag 2 juni vier jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, geëist tegen een 20-jarige man uit Opmeer die ervan wordt verdacht op 10 april 2025 een explosie te hebben veroorzaakt met een brand tot gevolg in een appartementencomplex in Heerhugowaard.

Daarnaast vroeg de officier van justitie aan de rechtbank om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. De officier van justitie stelt ook dat bewezen kan worden dat de man een explosief (samen met één andere verdachte) voorhanden heeft gehad en voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor het teweegbrengen van een explosie en brandstichting.
Er was geen sprake van een gerichte aanslag op het appartementencomplex, maar de schade was enorm. Door de explosie raakten meerdere appartementen zwaar beschadigd. Ook was er sprake van instortingsgevaar. Vijf mensen raakten licht gewond en meerdere huisdieren kwamen om het leven. Na de explosie werd er een onderzoek gestart.  

Aanhoudingen

In totaal werden vijf verdachten in dit onderzoek aangehouden, de inmiddels 20-jarige verdachte uit Opmeer en vier minderjarigen uit de gemeente Dijk en Waard. Alle vijf de verdachten waren aanwezig in de woning waar de explosie plaatsvond. Uit het onderzoek volgt dat het explosief, een kleine jerrycan met brandbare stof en twee cobra’s, in de woning tot ontploffing is gekomen.

Van de vijf verdachten wordt naast de 20-jarige man, niemand anders vervolgd voor het veroorzaken van de explosie en brand. Eén inmiddels 18-jarige man uit Dijk en Waard wordt nog wel vervolgd voor het samen met de 20-jarige verdachte voorhanden hebben van een explosief. De zaken van de drie andere minderjarigen zijn geseponeerd wegens een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Na de explosie komen de verdachten al snel in beeld. De brandweer is nog bezig met het blussen van de brand als drie minderjarige jongens zich bij de politie melden en worden aangehouden. Ze vertellen dat ze in het appartement aanwezig waren samen met nog twee anderen. De politie doet nader onderzoek en na het bekijken van een filmpje komt de 20-jarige man naar voren als verdachte. Hij wordt op 11 april aangehouden en heeft sindsdien vastgezeten. De inmiddels 18-jarige man meldt zich diezelfde dag nog en wordt ook aangehouden.

Onderzoek

Het politieonderzoek ging verder en richtte zich op de vragen wat er precies was gebeurd die avond en wie daar verantwoordelijk voor was. De schade na de explosie en de daarop volgende brand was enorm. In één appartement waren alle muren naar buiten gedrukt: daar moest de explosie hebben plaatsgevonden. Van drie appartementen ontbrak de buitengevel bijna helemaal. Uit het onderzoek volgt dat het explosief, een kleine jerrycan met brandbare stof en twee cobra’s, in de woning tot ontploffing is gekomen. Andere oorzaken zoals een gaslek of het ontploffen van alleen zwaar vuurwerk zijn zeer onaannemelijk.

Wat er aan de explosie vooraf ging

Op basis van het nadere onderzoek van de politie, waarbij de telefoon van de 20-jarige verdachte is onderzocht, verklaringen van alle aanwezigen zijn opgenomen en een filmpje werd onderzocht, is een reconstructie gemaakt van wat er tot kort voor de explosie heeft plaatsgevonden.

Uit de telefoon van de verdachte blijkt dat hij in februari al op zoek is naar iemand die een explosie kan veroorzaken en dat hij bereid is daar goed voor te betalen (‘Bro een goed geregelde boem wordt goed betaald’). Ook blijkt uit chatgesprekken in april dat hij in het bezit is van Cobra’s en een adres wil van iemand die hem bedreigd zou hebben. Online zoekt de verdachte op welke benzine het meest brandbaar is.
 

Vlak voor de explosie blijkt een filmpje te zijn opgenomen. Hierop is te zien dat de verdachte op een bank zit met op zijn schoot een jerrycan en twee cobra’s. Er is zowel iemand die aanmoedigt om de lont aan te steken als iemand die zegt dat verdachte moet stoppen. Te zien is dat de verdachte een open vlam van een aansteker bij de lont houdt en daarna stopt het filmen. Even daarna volgt de explosie. Uit verklaringen van de aanwezigen blijkt dat de 20-jarige man wat benzine uit de jerrycan giet vlak voor het misgaat.

De verdachte zelf zegt dat hij kort voor de explosie op de wc zat. Hij hoorde het alarm afgaan, zag vlammen  en ging toen rennen. Hij zegt dat hij wel een aansteker bij de jerrycan had gehouden, maar niet toen het misging. De verklaringen en het filmpje vertellen dat verdachte niet op de wc zat maar op de bank met het explosief.


Uit het bewijs blijkt ook dat hij al opzettelijk een explosief in zijn bezit had, samen met de inmiddels 18-jarige verdachte. Ook blijkt uit bovenstaande dat de 20-jarige voorbereidingshandelingen heeft getroffen om een explosief te laten afgaan en brand te stichten.
De officier van justitie ter zitting: ‘Het is een feit van algemene bekendheid dat één Cobra 6 al een grote explosieve kracht heeft. Bij twee Cobra’s in combinatie met een jerrycan vol benzine ontstaat er een grote brandbom. Een vuurwerkbenzinecombinatie (VBC) is puur en alleen gericht op het teweegbrengen van een explosie en op het veroorzaken van een brand.’ Dit wist de verdachte en terwijl hij dit wist heeft hij een aansteker met vlam bij het (licht ontvlambare) explosief gehouden met het risico dat het zou exploderen: hij heeft de aanmerkelijke kans op een explosie bewust aanvaard. Ook had hij kunnen weten dat er bij een explosie mensenlevens en goederen in gevaar zouden komen.

Ernst van de feiten


De officier van justitie benoemde ter zitting de ernst van de feiten. ‘De impact van de explosie en brand op alle betrokkenen is enorm groot. Mensen voelden en voelen zich onveilig, boos, bang en verdrietig. Onveilig omdat ze kennelijk in een complex woonden waar dit kon gebeuren. Boos, omdat de verdachte zo’n zwaar explosief tot ontploffing heeft gebracht in een woning. Bang voor de mogelijke gevolgen van de enorme explosie en brand. Verdrietig om wat mensen verloren zijn, van huisdieren tot dierbare bezittingen.’

De verdachte deed al enorm gevaarlijk door een explosief in een appartement te hebben en hij maakte het nog gevaarlijker door hier expres vuur bij te houden. De man had al een strafblad en liep in een proeftijd. Dat hij desondanks deed wat hij deed, weegt het OM strafverzwarend mee. Wel wordt rekening gehouden met zijn leeftijd en problematiek.

Het OM ziet een gevaar voor herhaling, maar de reclassering ziet geen mogelijkheden om de verdachte te helpen, omdat eerdere hulptrajecten niet zijn geslaagd. Daarom vindt het OM het belangrijk dat de verdachte een gedragsbeïnvloedende en/of vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd krijgt zodat er na de straf mogelijkheden zijn om de verdachte te monitoren en te ondersteunen.  

Daarmee komt de officier van justitie tot de volgende strafeis: vier jaar gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en de oplegging van een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel.