CBS: Economie met 0,6 procent gegroeid in tweede kwartaal 2026
Volgens de tweede berekening van het CBS is het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2026 met 0,6 procent gestegen ten opzichte van het eerste kwartaal van 2026. 'Bij de eerste berekening, die is gepubliceerd op 30 juli, kwam de groei uit op 0,4 procent. De tweede berekening van het bbp wordt ongeveer 85 dagen na afloop van het kwartaal gepubliceerd', zo meldt het CBS woensdag.
'Stijging consumptie huishoudens'
De groei van de economie is 0,2 procentpunt hoger dan bij de eerste berekening. Dat komt vooral doordat de groei van de export, vooral van diensten, en de stijging van de consumptie door huishoudens groter waren. Het economisch beeld is iets veranderd. De stijging van het bbp in het tweede kwartaal van 2026 is vooral toe te schrijven aan de consumptie door huishoudens, het handelssaldo (export – import) en de overheidsconsumptie.
Tweede berekening
De tweede berekening wordt 85 dagen na afloop van het kwartaal gemaakt. De eerste berekening, 30 dagen na afloop van een kwartaal, is op basis van de dan beschikbare informatie. Na deze eerste berekening komt voortdurend meer informatie beschikbaar over de Nederlandse economie, zoals van de bouw, de zakelijke dienstverlening, de horeca, de overheid, de zorg en de financiële instellingen.
De absolute bijstelling van de tweede berekening ten opzichte van de eerste berekening was de afgelopen vijf jaar (2021-2025) gemiddeld 0,2 procentpunt. De twee uitersten bedroegen -0,4 en 0,7 procentpunt, respectievelijk in 2024 en 2021.
Bijstelling groei in voorgaande kwartalen
Bij elke nieuwe berekening van het bbp bepaalt het CBS ook opnieuw de seizoengecorrigeerde reeks van de eerder gepubliceerde kwartalen. Dat heeft onder meer geleid tot een bijstelling van de bbp-groei in het vierde kwartaal van 2025, van 0,4 naar 0,5 procent. De groei in het eerste kwartaal van 2026 bleef staan op 0,3 procent.
Groei ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025
Ten opzichte van een jaar eerder groeide de economie in het tweede kwartaal met 1,6 procent. Volgens de eerste berekening was dat 1,3 procent. De opwaartse bijstelling is ook hier vooral toe te schrijven aan een opwaartse bijstelling van de export en de consumptie door huishoudens. Het handelssaldo, de consumptie door huishoudens en de consumptie door de overheid droegen het meest bij aan de jaar-op-jaargroei.