5 van de 7 reptielensoorten gaan achteruit, alleen muurhagedis neemt toe
De populaties van vijf van de zeven reptielensoorten gingen de afgelopen twaalf jaar achteruit. Uitzonderingen zijn de muurhagedis, die vooruitging, en de hazelworm die stabiel bleef. Gemiddeld daalden de populaties van reptielen vanaf 2014, en waren in 2025 qua omvang ongeveer gelijk aan die van 1994. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), in samenwerking met RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland).
De populaties van reptielen (slangen en hagedissen) worden sinds 1994 in het kader van het NEM Meetprogramma Reptielen gevolgd. Er wordt een (langetermijn)aantalstrend berekend over zowel de gehele periode (1994 tot en met 2025), als over de laatste twaalf jaar (2014 tot en met 2025). Deze laatste periode, de kortetermijntrend, is Europees vastgesteld om de meer recente ontwikkeling van te beschermen soorten in de gaten te houden. Zo nodig kunnen snel beschermingsmaatregelen getroffen worden.
Muurhagedis enige stijger, zandhagedis daalt
Tussen 1994 en 2025 namen de populaties van de hazelworm en de zandhagedis toe, de aantallen muurhagedissen zijn ruim vervijfvoudigd. De kortetermijntrend laat een ander beeld zien; de hazelworm is sinds 2014 in aantal stabiel, de trend van de zandhagedis daalt sinds 2014 sterk. Deze hagedis leeft in duinen en op droge heide, en heeft er waarschijnlijk veel last van dat zijn leefgebied dichtgroeit. Ook is er steeds minder voedsel, met name insecten. Ook de afname van voedsel, met name insecten, kan een rol spelen bij de dalende kortetermijntrend.