Vrouw moet de cel in voor met bom dreigen in Utrechts politiebureau
Een 46-jarige vrouw is vrijdag door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor het bedreigen met een terroristisch misdrijf van politiemedewerkers en bezoekers van het politiebureau. 'De vrouw liep een politiebureau in Utrecht binnen en zei dat ze een bom had. De rechtbank legt haar 12 maanden gevangenisstraf op, waarvan 7 maanden voorwaardelijk', zo meldt de rechtbank vandaag.
Valse bommelding
In de middag van 17 januari 2025 liep de verdachte naar binnen bij het politiebureau Paardenveld in Utrecht. Ze droeg donkere kleding, haar gezicht was grotendeels bedekt en ze droeg twee tassen. Ze liep naar een politiemedewerker en zei dat ze zichzelf kwam aangeven. Vervolgens zei ze tegen deze medewerker: “ik heb een bom”. Daarop werd door die medewerker op de noodknop gedrukt, waarna het politiebureau werd ontruimd. Tijdens de ontruiming legde de verdachte haar tassen op de vloer en ging ze daarnaast zitten. Zittend boog ze zich meerdere malen voorover. Ze zei nogmaals dat ze een bom had. Ook riep zij meerdere religieuze teksten in het Arabisch, zoals “allahoe akbar”. Na een tijdje liep zij naar buiten en werd zij door de politie aangehouden. Toen zei ze dat ze de bom op de balie had neergelegd. Uiteindelijk bleek er geen bom in de tassen te zitten.
Persoonlijkheidsstoornis
Uit onderzoek door een psychiater blijkt dat de vrouw een persoonlijkheidsstoornis heeft. De psychiater adviseert de rechtbank de bedreiging verminderd aan haar toe te rekenen, omdat deze stoornis invloed had op haar gedrag. Het is echter niet zo dat de vrouw helemaal niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor haar daden. In de periode voor de bedreiging had ze namelijk andere keuzes kunnen maken. Bovendien ziet de psychiater aanwijzingen dat de vrouw juist doelbewust handelde, in de hoop hulp te krijgen.
Gevangenisstraf
Een bedreiging met een terroristisch misdrijf, hoewel het in deze zaak was bedoeld als een schreeuw om hulp, is een ernstig feit. Daarbij past een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet tegelijkertijd in dat het niet verstandig is om de verdachte terug te sturen naar de gevangenis. De verdachte en de samenleving zijn er namelijk meer bij gebaat dat zij de hulp krijgt die ze nodig heeft om ervoor te zorgen dat zoiets niet nog een keer kan gebeuren. De rechtbank neemt ook mee dat uit het dossier niet is gebleken dat de verdachte er extremistische ideeën op nahoudt. Daar komt bij dat de rechtbank het advies van de psychiater om het ten laste gelegde verminderd aan de verdachte toe te rekenen overneemt.
Verdachte wordt de komende tijd 'in de gaten gehouden'
De rechtbank vindt daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden, gelijk aan het voorarrest, passend. Wel vindt de rechtbank het belangrijk om een waarschuwing af te geven en dat de verdachte de komende tijd in de gaten wordt gehouden. Daarom legt zij boven op het onvoorwaardelijke deel een voorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden op met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast moet de verdachte zich laten behandelen voor haar stoornis. Deze straf komt overeen met de eis van de officier van justitie.