Man (26) vrijgesproken van leveren vuurwapen waarmee rapper is doodgeschoten
Een 26-jarige man is vandaag vrijgesproken van medeplichtigheid aan doodslag van een rapper in Amsterdam Sloterdijk in de nacht van 24 op 25 februari 2024. 'De rechtbank kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat de man degene was die het wapen overhandigde aan de schutter', zo meldt de rechtbank dinsdag.
Zalencentrum Sloterdijk
In de nacht van 24 op 25 februari 2024 vinden er twee feesten plaats bij een zalencentrum bij Sloterdijk. Na het verlaten van een van de feesten wordt de rapper na een confrontatie buiten neergeschoten. Hij overlijdt uiteindelijk aan zijn schotwonden. Op 11 april 2025 is de schutter veroordeeld voor het doodschieten van de rapper. Op de camerabeelden rondom het zalencentrum ziet de politie dat de schutter het wapen overhandigd krijgt van een persoon met een vermoedelijk roodkleurige bodywarmer.
Bewijskracht
De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en vergelijkingen en de bewijskracht daarvan. Dit geldt vooral als deze herkenningen en/of vergelijkingen het enige of voornaamste bewijsmiddel zijn die de betrokkenheid van een verdachte bij de tenlastegelegde feiten kunnen aantonen.
Herkenningsproces-verbaal
In het dossier zit een herkenningsproces-verbaal opgemaakt door een verbalisant van de politie. Toen hij de camerabeelden bekeek, kwam de persoon met de rode bodywarmer hem bekend voor. Hij herinnerde zich een casus van een maand daarvoor met een verdachte die leek op de persoon op de beelden en zocht deze persoon op in het systeem van de politie.
Beperkte bewijskracht: man voor 85 procent herkend
'De rechtbank is van oordeel dat aan deze herkenning beperkte bewijskracht toekomt omdat de verbalisant beschrijft dat hij de man voor 85 procent herkent. Ook vindt de rechtbank dat er onvoldoende specifieke en onderscheidende kenmerken zijn genoemd op basis waarvan de man is herkend. Daar komt bij dat de verbalisant de persoon op de beelden niet direct herkende, maar eerst een zoekslag maakte naar een eerdere casus', aldus de rechtbank.
Ook de (gezichts)vergelijkingen die de politie vervolgens maakte van de man met de persoon op de camerabeelden hebben beperkte bewijskracht, dit omdat die zijn verricht met voorkennis.
Mogelijke aanwezigheid op plaats delict
Naast de bevindingen op basis van de camerabeelden zijn er aanwijzingen in het dossier dat de man tijdens die nacht aanwezig was op of in de buurt van de plaats delict. De rechtbank is van oordeel dat deze bevindingen kunnen wijzen op de aanwezigheid van de man op of in de buurt van de plaats delict, maar dat daarmee niet vastgesteld is dat hij de persoon is geweest met de rode bodywarmer. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat die avond twee redelijk drukbezochte feesten gaande waren en dat er dus behoorlijk wat mensen aanwezig waren op of rond de plaats delict. De rechtbank merkt daarbij op dat ondanks het aantal aanwezigen op de feestlocatie het dossier geen getuigenverklaringen bevat waarin de man wordt aangewezen als de man met de rode bodywarmer.
Vrijspraak
De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen niet overtuigd dat de man de persoon is geweest met de rode bodywarmer. Hij wordt daarom vrijgesproken van zowel medeplichtigheid aan doodslag als het voorhanden hebben van een wapen.