vrijdag, 13. februari 2026 - 15:28 Update: 13-02-2026 15:33

Rechter: Stint-oprichters valt strafrechtelijk niets te verwijten

Foto van microfoon verdachte in rechtbank | Archief EHF
Foto: Archief EHF
Den Bosch

'De bedrijven die de Stint produceerden en hun eigenaren kan strafrechtelijk gezien niet worden verweten dat zij opzettelijk een schadelijk voertuig op de markt hebben gebracht', zo heeft de rechtbank Oost-Brabant vrijdag geoordeeld.

Vier kinderen omgekomen, kind en bestuurster zwaargewond

In september 2018 botste een trein met een Stint op een spoorwegovergang in Oss. Vier kinderen kwamen daarbij om, een vijfde kind en de bestuurster van de Stint raakten zwaargewond. Er werd veel onderzoek verricht, maar de oorzaak van het ongeval kon niet worden vastgesteld.

‘Schadelijkheden’

Het Openbaar Ministerie (OM) besloot de twee bedrijven achter de Stint en de eigenaren voor de rechter te brengen. De officieren van justitie stellen kort gezegd dat er achttien zogeheten ‘schadelijkheden’ zijn aan het voertuig. De verdachten zouden hiervan hebben geweten en die hebben verzwegen. Het OM zegt daarmee dat de verdachten bewust een voertuig op de markt hebben gebracht dat gevaar zou kunnen opleveren voor leven of gezondheid van de gebruikers. En dat is strafbaar.

'Niet aangetoond dat er sprake is van een schadelijkheid'

De rechtbank heeft per gestelde schadelijkheid beoordeeld of er inderdaad schadelijke gevolgen waren voor het leven of de gezondheid van gebruikers. Daarbij is ook gekeken of de verdachten hadden kunnen weten dat er iets mis was of mis zou gaan. In het merendeel van de gevallen oordeelt de rechtbank dat niet is aangetoond dat er sprake is van een schadelijkheid.

Ontbrekende noodstopvoorziening

Een aantal ontbrekende voorzieningen, zoals een noodstopvoorziening, aanwezigheidsdetectie of een zitplaats voor de bestuurder waren ook niet vereist. Dat deze voorzieningen de Stint veiliger hadden kunnen maken, leidt niet automatisch tot de conclusie dat het ontbreken ervan een schadelijkheid inhoudt. In twee gevallen is er wel sprake van een schadelijkheid (breuk of slecht contact 0-draad en terugkeerveer), maar vindt de rechtbank het niet bewezen dat de verdachten hiervan wisten. Dit betekent dat de verdachten vrij worden gesproken van dit verwijt.

Voertuig voldeed volgens instanties

De rechtbank stelt wel dat de verdachten andere en betere ontwerpkeuzes hadden kunnen maken en dat de Stint veiliger had kunnen en moeten zijn. De Stint was in november 2011 echter door de minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen als ‘bijzondere bromfiets’, voldeed aan de toen geldende regels en was daarmee toegelaten tot het wegverkeer. Met de wetenschap van nu, vindt de rechtbank dat niet goed te begrijpen. Na het ongeval is het wettelijke kader voor het toetsen van de veiligheid van een voertuig ingrijpend veranderd en zijn er inmiddels duidelijkere en veel meer omvattende eisen.

Begrip voor boosheid nabestaanden

De huidige BSO-bus lijkt in veel aspecten niet meer op de Stint die tot het ongeval in 2018 op de weg reed. Veel van de veiligheidsaspecten die ontbraken, zijn toegepast op de BSO-bus. De rechtbank begrijpt dat daarover boosheid en onbegrip bestaat bij de nabestaanden en de slachtoffers. In deze strafzaak is het echter niet aan de rechtbank om de vraag te beantwoorden of er betere keuzes met het oog op de veiligheid gemaakt hadden kunnen worden. De rechtbank moet beoordelen of de verdachten opzettelijk een product op de markt hebben gebracht waarvan zij wisten dat gevaar zou opleveren voor leven of de gezondheid van de gebruikers. En dat is niet aangetoond.

Valsheid in geschrifte

De verdachten maakten zich wel schuldig aan valsheid in geschrifte door een e-mailbericht en vijf verklaringen voor overeenstemming te valselijk op te maken. In de e-mail stuurden zij aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu het verzoek om de Stint aan te wijzen als ‘bijzondere bromfiets’. Daarbij gaven ze onder meer aan ‘een CE-markeringstraject te hebben doorlopen’. In de verklaringen van overeenstemming werd vermeld dat de Stints voldeden aan de zogeheten Machinerichtlijn en/of de EMC-richtlijn. Dit was niet het geval, en dat wisten de verdachten.

'Na 7 jaar'

Hoewel dit een kwalijk delict is, is een gevangenisstraf hiervoor niet aan de orde. De rechtbank vindt het ook niet op zijn plaats om nu, zeven jaar later, daarvoor nog een andere straf op te leggen. Een straf om te vergelden of nieuwe strafbare feiten te voorkomen heeft in deze zaak geen toegevoegde waarde. De verdachten worden daarom wel schuldig verklaard, maar krijgen geen straf.

Categorie
Provincie