Relatief minder mensen werken buiten kantoortijden
In 2024 werkten 2,3 miljoen mensen meestal of altijd in de avond, nacht, of in het weekend. Dit is 23 procent van de werkzame beroepsbevolking. In 2021 was dit nog 25 procent. De daling was het grootst bij werken op zaterdag. Dit blijkt uit een analyse van de Enquête beroepsbevolking (EBB) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In 2024 werkte 29 procent van de werkenden nooit buiten kantoortijden. In 2021 was dit nog 27 procent. 47 procent werkte soms in de avond, nacht, of in het weekend; dit bleef gelijk.
Vooral minder werkenden op zaterdag
Vooral het aandeel mensen dat op zaterdag werkt, is lager. In 2024 werkte 14 procent van de werkenden meestal of altijd op zaterdag, in 2021 was dit 16 procent. Werk op zondag of in de avond nam minder sterk af. Het aandeel nachtwerk bleef gelijk.
In 2024 werkten ongeveer evenveel mensen meestal of altijd ‘s avonds als op zaterdag. In 2024 werkte 9 procent van de werkenden meestal of altijd op zondag, in 2021 was dit 10 procent. Nachtwerk komt het minst voor; in beide jaren werkte ongeveer 3 procent meestal of altijd ‘s nachts.
Jongeren werken vaakst buiten kantoortijden
Van de werkende 15- tot 25-jarigen zegt 55 procent meestal of altijd buiten kantoortijden te werken. Dit is beduidend meer dan in de overige leeftijdsklassen, waar dit percentage onder de 20 ligt. De 55- tot 65-jarigen en 65- tot 75-jarigen werken het vaakst binnen kantoortijden; 33 procent van de werkenden zegt nooit buiten kantoortijden te werken.