De Onderzoeksraad constateerde in zijn onderzoeken ‘Veilig oefenen, lessen uit schietongeval Ossendrecht’ en ‘Mortierongeval Mali’ ernstige tekortkomingen in de zorg voor de veiligheid van Nederlandse militairen. Het plan van aanpak dat de minister naar aanleiding van de onderzoeken heeft opgesteld, bevat tientallen maatregelen om de veiligheid binnen Defensie te verbeteren. De ambitie die de minister in het plan van aanpak formuleert, luidt als volgt: ‘het aantal veiligheidsincidenten zoveel mogelijk te reduceren, te leren van incidenten en veiligheid integraal deel te laten uitmaken van ons dagelijks werk, onze aansturing en bedrijfsvoering’. Om deze hoge ambitie waar te kunnen maken, en de veiligheid binnen de defensieorganisatie structureel en duurzaam te verbeteren, is een ingrijpende verandering nodig, op het vlak van cultuur, systeem, strategie en structuur. Met name waar de maatregelen een cultuurverandering behelzen, betreft dit een complex en ingrijpend proces, dat niet op korte termijn voltooid zal zijn.
Lat hoog
Met het plan van aanpak legt Defensie de lat hoog voor zichzelf. Enerzijds door de geformuleerde ambities, anderzijds door een aantal grote organisatieveranderingen aan te kondigen, waaronder de oprichting van een nieuwe directie Veiligheid, en de aanstelling van een Inspecteur-generaal Veiligheid. De Raad mist daarbij aandacht voor de wijze waarop de voorgestelde ingrijpende veranderingen worden geëvalueerd, en er desgewenst wordt bijgestuurd. Hoewel de Raad positief is over de geformuleerde intenties ten aanzien van het verbeteren van de veiligheid, verdient de wijze waarop de aangekondigde maatregelen precies vorm krijgen nog nadere aandacht van het departement.