zaterdag, 2. februari 2019 - 9:15 Update: 02-02-2019 10:13

'Veel meldingen van huiselijk geweld of kindermishandeling niet op tijd beoordeeld of onderzocht'

'Veel meldingen van huiselijk geweld of kindermishandeling niet op tijd beoordeeld of onderzocht'
Foto: Archief FBF.nl
Amsterdam

Het lukt de verantwoordelijke organisaties Veilg Thuis niet om meldingen van kindermishandeling en huiselijk geweld op tijd in te schatten en te onderzoeken.

Gezinnen blijven daardoor te lang in onzekerheid. Dit schrijft dagblad Trouw op basis van cijfers die het Landelijk Netwerk Veilig Thuis op verzoek van de krant heeft verzameld. Volgens de krant is deze situatie door een nieuwe meldcode en een nieuwe werkwijze ontstaan.

Jaarlijks komen er tienduizenden meldingen binnen over kinderen of volwassenen die mogelijk in een acute of structurele onveilige situatie zitten. De 26 regionale organisaties hebben afgesproken dat ze 90 procent van de meldingen binnen vijf dagen beoordelen op hun ernst. Dan zou 80 procent van alle onderzoeken die op de meldingen volgen binnen 10 weken moeten zijn afgerond. Veilig Thuis verwijst dan door. Bijvoorbeeld naar wijkteams, jeugdzorg of, in uitzonderlijke gevallen, naar de Raad voor de Kinderbescherming. Maar de ambitie om binnen vijf dagen de veiligheidsbeoordeling te doen, werd in het laatste kwartaal van vorig jaar door slechts zeven van de 26 regio's gehaald.

Tanno Klijn van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis laat aan de krant weten dat alle meldingen van acuut gevaar onmiddellijk worden behandeld, maar dat dat wel betekent dat minder urgente zaken soms moeten wachten. Op 1 januari zijn de 'nieuwe ‘meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld’ en de nieuwe werkwijze van Veilig Thuis ingegaan.  Dat betekent bijvoorbeeld dat huis­artsen en leraren een vermoeden van een acute of structureel onveilige ­situatie nu altijd melden bij Veilig Thuis. Die moet eerder worden betrokken bij een gezin, voor er acute of structurele probleem ontstaan. Klijn in de krant: 'Dat betekent dat we de afgelopen maanden veel nieuwe mensen hebben moeten aantrekken en dat zittend personeel trainingen heeft gevolgd. Daardoor zijn er minder mensen beschikbaar geweest, nieuw personeel moest worden ingewerkt. Door de tekorten in de hele sector hebben organisaties niet altijd ervaren krachten kunnen aannemen.'