NVWA hoeft toch niet handhavend op te treden tegen verkoop filtersigaretten
De maximumemissieniveaus van filtersigaretten moeten worden gemeten volgens de ISO-methoden uit de Europese Tabaksrichtlijn (richtlijn 2014/40/EU). Dit oordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) naar aanleiding van de beantwoording van prejudiciële vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Stichting Rookpreventie Jeugd
De Stichting Rookpreventie Jeugd had de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) verzocht om de maximumemissieniveaus te meten met andere methoden dan de voorgeschreven ISO-meetmethoden. De ISO-meetmethoden zouden het beoogd gebruik van een sigaret volgens de Stichting onvoldoende benaderen, omdat die methoden er geen rekening mee houden dat de minuscule gaatjes in het filter van een sigaret in de praktijk worden afgesloten door de vingers en lippen van de roker. Hierdoor inhaleert die roker gehalten aan teer, nicotine en koolmonoxide die aanzienlijk hoger liggen dan de in Tabaksrichtlijn vastgestelde maximumemissieniveaus.
Vragen beantwoord door Hof
De NVWA wees het handhavingsverzoek af, omdat zij van mening was dat een andere meetmethode niet was toegestaan. De Stichting ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank gaf de NVWA de opdracht toch tot handhaving over te gaan. De tabaksfabrikanten waren het hier niet mee eens en stelden hoger beroep in bij het CBb. De Stichting, de NVWA en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deden dat ook.
In een tussenuitspraak (ECLI:NL:CBB:2024:126) stelde het CBb prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Met het arrest van 21 april 2026 (ECLI:EU:C:2026:327) heeft het Hof deze vragen beantwoord.
Opdracht aan NVWA toch te handhaven was onterecht
Met het arrest van het Hof van Justitie en deze einduitspraak van het CBb is duidelijk dat de Stichting zich niet kan beroepen op andere meetmethoden dan de in de richtlijn voorgeschreven ISO-meetmethoden. De opdracht van de rechtbank aan de NVWA om toch te gaan handhaven was dan ook onterecht. Het CBb vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank.
Uitspraak definitief
Deze uitspraak is definitief, het College van Beroep voor het bedrijfsleven is de eindrechter in deze zaak.