Verdachte overleden: rechtbank verklaart OM niet-ontvankelijk
De rechtbank Noord-Holland heeft het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van een snackbarhouder uit Schagen die onder andere verdacht werd van het plegen van ontuchtige handelingen met minderjarige werknemers. De verdachte is vlak voor de zitting in november vorig jaar overleden.
Omdat de verdachte is overleden, komt er geen inhoudelijke behandeling meer. Er volgt dus ook geen uitspraak waarin de rechtbank oordeelt over de schuld of onschuld van de verdachte. In de wet staat namelijk dat je een persoon niet meer kunt vervolgen als die is overleden. Het Openbaar Ministerie heeft daarom aan de rechtbank gevraagd om hem niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van verdachte. Dat heeft de rechtbank gedaan.
Spreekrecht
Op verzoek van de advocaat van een aantal slachtoffers heeft de rechtbank bij wijze van uitzondering wel toegestaan dat tijdens de afsluitende zitting het spreekrecht is uitgeoefend. Daarbij heeft de rechtbank als voorwaarde gesteld dat het spreekrecht zich beperkt tot de gevolgen die het ten laste gelegde feit voor de betrokkene heeft gehad. De advocaat heeft de schriftelijke slachtofferverklaringen voorgelezen. Hoewel aan de uitoefening van het spreekrecht strikt genomen niet meer werd toegekomen, omdat de zaak niet inhoudelijk werd behandeld, heeft de rechtbank hier na overleg met alle betrokkenen ruimte voor gegeven.