In de nasleep van de Grote Recessie kampt Nederland met 270.000 mensen die langer dan een jaar werkloos zijn. Dit is meer dan 3% van de beroepsbevolking. Daarmee steekt Nederland ongunstig af tegen Duitsland, de VS en Scandinavische landen. Langdurige werkloosheid maakt mensen minder gelukkig en gaat ten koste van hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Bovendien dalen de belastingopbrengsten en stijgen de socialezekerheidsuitgaven.
Financiële bonus
Toch kunnen op korte termijn gerichte maatregelen een daling van de langdurige werkloosheid ondersteunen. Een tijdelijke financiële bonus voor werklozen voor het vinden en behouden van een baan kan effectief zijn. Omscholing kan helpen voor werklozen uit – een beperkt aantal – krimpsectoren die na het aantrekken van de economie niet in hun oude beroep kunnen terugkeren.
De huidige langdurige werkloosheid brengt echter wel een hardnekkig probleem aan het licht, namelijk de arbeidsmarkt voor ouderen. Meer dan 40% van de langdurig werklozen is ouder dan vijftig jaar. Oudere werknemers verliezen niet vaker hun baan, maar áls zij werkloos raken, is de kans op langdurige werkloosheid bijna dubbel zo groot als gemiddeld. Werkgevers zijn terughoudend met het in dienst te nemen van oudere werklozen, ook omdat zij vaak een loon verlangen dat werkgevers niet willen bieden.
Langdurige werkloosheid onder ouderen structureel probleem
De hoge langdurige werkloosheid onder ouderen is geen conjunctureel maar een structureel probleem. Vóór de aanvang van de crisis was al sprake van een stijging. Het huidige pakket van beleidsmaatregelen – dat grotendeels is gericht op lagere loonkosten – is onvoldoende effectief om oudere werklozen weer aan een baan te helpen. Meer fundamentele herzieningen – zoals een werkloosheidsuitkering die daalt met de werkloosheidsduur, ontslagbescherming die minder afhangt van de lengte van het arbeidscontract en minder leeftijdsafhankelijke arrangementen in cao’s – zijn noodzakelijk om de positie van oudere werklozen duurzaam te verbeteren.