Een ander opmerkelijk resultaat: Duitsers die langer in Nederland wonen, gaan positiever denken over hun oude, maar niet over hun nieuwe landgenoten.
Mira Peeters-Bijlsma promoveert op 12 oktober aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Institute for Social Cultural Research).
Het onderzoek van Peeters-Bijlsma richt zich op subjectief ervaren nationale identiteit, dus niet op de ‘paspoortnationaliteit’. Het merendeel van de immigranten had nog steeds de Duitse nationaliteit. De promovenda wilde weten in hoeverre geïmmigreerde Duitsers zich Nederlander voelen? Ook wilde ze weten of de nationale identiteit van deze immigranten in de loop der tijd verschoofen zo ja in welke richting.
Soms Nederlander, soms Duitser
Wel of niet goed kunnen integreren, stelt de onderzoekster vast, is deels te verklaren vanuit achtergrondkenmerken als geslacht en leeftijd en elementen uit het immigratieproces als verblijfsduur en acculturatie: weinig contact hebben met Duitsland, het hebben van Nederlandse vrienden en familie, het spreken van de Nederlandse taal en het lezen van Nederlandse kranten.
Het meest bepalend voor een goede integratie van de Duitse immigranten in Nederland zijn achtereenvolgens: de verblijfsduur, beroep, het beeld over Nederlanders, de mate van acculturatie, geslacht, leeftijd en het beeld over Duitsers. Opmerkelijk is de relatie tussen geslacht en integratie. Vrouwen zijn in sterkere mate geïntegreerd dan mannen. Ook hadden ze voorafgaand aan de immigratie een grotere voorkennis over hun nieuwe land.
Hoewel de helft van de Duitse immigranten zegt dat hun nationale identiteit onveranderd is gebleven, wezen groepsgesprekken uit dat eigenlijk alle deelnemers gedurende hun verblijf in Nederland een verandering van die identiteit hebben ervaren. Enerzijds merken mensen met een ogenschijnlijk onveranderde Duitse identiteit op dat ze zich in bepaalde situaties Nederlander voelen. Anderzijds zeggen vrouwen die zich volledig geïntegreerd voelen, zich toch in bepaalde situaties Duitse te blijven voelen. Bijvoorbeeld als ze merken dat ze zich eraan ergeren dat hun Duits minder wordt naarmate zij ouder worden of als hun kinderen zeggen dat ze niet graag naar Duitsland gaan. De groep zich Europeaan noemt, kan zich noch met Duitsland, noch met Nederland goed identificeren.
Taal en mediagebruik
Een deel van de immigranten zegt dat de mate waarin ze de Nederlandse taal beheersen van grote betekenis is voor hun integratie. Taal bepaalt volgens hen hoe ze door anderen gezien worden en een immigrant heeft pas kans om een echte Nederlander te worden als hij accentvrij Nederlands spreekt.
De immigranten maken duidelijke keuzes in hun mediagebruik en de verschillende media vervullen ook andere functies. Men leest vooral Nederlandse dagbladen (NRC en de Volkskrant), luistert naar de Nederlandse radio en een meerderheid leest Duitse tijdschriften (der Spiegel,der Stern) en boeken. Ze kijken even vaak naar Nederlandse als naar Duitse televisiezenders, maar met verschillende oogmerken. De immigranten die zich Duitser blijven noemen, raadplegen Nederlandse media vooral om op de hoogte te blijven van nieuws. Duitse media gebruiken zij vooral om de taal te onderhouden. Sommigen kijken liever naar het Duitse dan het Nederlandse nieuws omdat dat de feiten beter zou weergeven en een grotere variatie aan onderwerpen presenteert. Immigranten die zich Nederlander noemen, gebruiken ‘vanzelfsprekend’ Nederlandse media.
Bij ons is alles beter?
Veel Duitse immigranten vinden, in de eerste fase van hun immigratie, Nederlanders vriendelijker, gezelliger, humoristischer, ongecompliceerder en toleranter dan Duitsers. Duitsers beschouwen ze op dat moment als gezagsgetrouwer, arroganter en overheersender dan Nederlanders. Dat stereotype beeld wordt versterkt naarmate ze vaker Nederlandse media gebruiken. Het verandert echter wanneer ze langer in Nederland wonen: ze krijgen dan een positiever beeld over Duitsers en een genuanceerder beeld van Nederlanders. De promovenda vermoedt dat de Duitse immigranten door hun verblijf in Nederland meer kennis van de Nederlandse cultuur hebben en daardoor blijkbaar ook kritischer zijn jegens deze cultuur. Zo constateert een deel van de immigranten dat Nederlanders anti-Duits en betweterig kunnen zijn, maar dat heeft geen invloed op hun identificatie met Nederlanders.
Negatieve beeldvorming
Directe aanleiding voor dit onderzoek was het vermeende negatieve beeld over Duitsers dat in Nederland zou bestaan. En één derde van de Duitsers in Nederland noemt ook spontaan ingrijpende negatieve ervaringen. Door de heftige reactie die dat bij hen oproept, merken de Duitse immigranten hoe zeer ze zich nog Duitser voelen. Echter: ook positievere reacties kunnen dat gevoel oproep. Veel vrouwen die al lang in Nederland wonen en zich Nederlands voelen, realiseren zich door ‘complimenten’ over hun acculturatie (Jij Duits? Daar merk je anders niks van!) soms hoe belangrijk hun Duitse achtergrond nog voor hen is.
©BON
dinsdag, 27. september 2005 - 11:38
Integratie in Nederland ook voor Duitse immigranten lastig
Nijmegen
Een kwart van de Duitse immigranten in Nederland voelt zich Nederlander, een ander kwart blijft zich na de migratie Duitser noemen, en de helft noemt zich ‘Europeaan’. Integratie is dus zelfs voor nieuwkomers met een vergelijkbare cultuurachtergrond geen eenvoudige kwestie. Dat blijkt uit onderzoek van sociologe en Duitslandkundige Mira Peeters-Bijlsma onder 343 Duitse immigranten in Nederland.
Provincie:
Tag(s):